Welkom in Hillie-billie!

Quizvraag: waar in Nederland wonen de meeste ondernemers per vierkante meter? Het antwoord is Hillegersberg, de Rotterdamse nouveaux riche-wijk wiens levensader de met miljoenenvilla’s gedecoreerde ‘Quote-goot’ is. Wat maakt dit rijkenreservaat nou zo speciaal?

door Sonny Motké    fotografie Martijn Steiner Lovisa
leestijd 8 minuten    gepubliceerd in Quote, september 2013

‘In het weekend komen mensen van ver enkel en alleen hierheen om hun wagen te 'tonen'.’

Kijk uit!’ Vroemmmmm! Consternatie op het trottoir voor Café Van Eijk. Mensen springen stante pede opzij voor een aanstormend gevaarte dat zich duidelijk niet aan de snelheidslimiet van de bebouwde kom houdt. Vreemd genoeg is het geen elegante Porsche Carrera of bonkige Range Rover Evoque die zich vaak in grote getalen door de nauwe straatjes van Hillegersberg proppen. Het blijkt dat in de miljonairswijk nog meer voertuigen rondzoeven die wat extra paardenkrachten hebben gescoord: de scootmobieltjes. Vaste terrastijgers kunnen er om lachen: ‘Je moet showen wat je hebt, hé! In het weekend komen mensen van ver enkel en alleen hierheen om hun wagen te ‘tonen’; rijden ze gewoon doelloos tien rondjes door ‘het dorp’!’

De magische woorden zijn gevallen. Hillegersberg is ‘een dorp’ aan de rand van de stad Rotterdam. Het is geen dik overdreven PR-riedeltje. Wie een paar dagen in de 433 hectare grote wijk spendeert zal direct opvallen dat deze omschrijving zich in vele manieren manifesteert. In de eerste plaats op visuele wijze: wie vanachter zijn champagneglas bij Wijnbar Mendoza over de kraakblauwe Bergse Plassen staart, ziet dat de wolkenkrabbers van ‘010’ niet ver weg zijn. Dit water- en lommerrijke gebied – bezaaid met pittoreske eilandjes die vol staan met appartementen á twee ton kosten koper - is volgens de habitués het best bewaarde geheim van de metropool; een stukje paradijs dat in niets lijkt op het rauwere centrum van de havenhoofdstad van Nederland. Hoe dat mogelijk is? Volgens de legende was het de reus Hillegonda die par abuis de enclave creëerde door zand uit haar schort te verliezen. In de ietwat pauperige werkelijkheid hebben boeren domweg wat veen afgegraven.

Dat in Hillegersberg van de ongeveer 15.000 inwoners het merendeel ondernemer is en een bankrekening van minimaal een paar miljoen heeft, is gezien de grootte van menig villa geen verrassing. ‘Vaak gaat het zo: je groeit hier op, je vertrekt in je studietijd en later – als je geld hebt verdiend – kom je terug op het oude nest. Je hebt hier immers alles: voor het goede en het slechte doel!', aldus juwelier Fred Helmer. Als hij over straat loopt om de zogenaamde ‘grande tour’ van tien minuten te geven kan hij niet onaangesproken drie passen zetten. ‘Hey Fred! Hoe is ie! Nog steentjes verkocht?’ De eigenaar van maar liefst twee zaken op de Bergse Dorpsstraat reageert zonder uitzondering op dezelfde wijze door eenieder bij de voornaam te noemen. ‘Iedereen kent iedereen hier. Dat is prettig, al moet ik toegeven blij te zijn dat ik niet hier woon zodat ik ‘s avonds nog als een ‘onbekende’ over straat kan!’ Zie daar: het dorp.

‘Het straatbeeld wordt gevuld met zorgvuldig bepoederde dames versierd met chique designerkleding, vuurrood gekalkte lippen en klakkende hakjes.’

Het migratiepatroon verklaart ook de bevolkingssamenstelling in ‘Hillie-billie’. Die is aan de ietwat rimpeligere kant met een gemiddelde leeftijd van een halve eeuw. Maar de oplossing is dichtbij: op de wijkboulevard, de Weissenbruchlaan, bevinden zich gezusterlijk naast elkaar een wellness-centre en een beautyshop. ‘Die hebben goede klandizie, het zit hier altijd vol’, moet een fluisterende Helmer toegeven. Hij heeft niet te veel gezegd. Het straatbeeld wordt gevuld met zorgvuldig bepoederde dames versierd met chique designerkleding, vuurrood gekalkte lippen en klakkende hakjes. Allemaal – tot aan de visverkoopster toe! - doen ze zich minstens tien jaar jonger voor dan ze zijn. Het mannelijke deel van de populatie doet niet mee aan dit uiterlijk geweld, maar laat zich dan weer gelden in gedrag dat normaliter toebehoord aan brallende studenten. De lichtgrijze tot kale heren op het terras van Van Eijk – bestaande uit makelaars, stenenschuivers en verzekeraars– creëren een sfeertje waarbij de term ‘oude jongens krentenbrood’ verwordt tot een eufemisme.

Wrakduiken

‘Van de week waren er weer eens wat stamgasten die met hun dronken kop op de scootertjes naar huis wilden. Toen heeft het barpersoneel gelukkig ingegrepen’, memoreert verzekeraar Frits Von Römer. Het toont de veelzijdigheid én kundigheid van de obers, die door eigenaar Robin Bravenboer – bekend van Baja Beach Club – zorgvuldig worden gescout. Belangrijkste eigenschap is het mammoetgeheugen: van alle bezoekers kunnen de heerschappen na één bezoekje de favoriete bestelling, voornaam én relatiestatus onthouden. Twee maal per week gaat het extra hard tijdens het zogenaamde ‘bonnetjesuur’: iedere consumptie gaat dan voor één witte munt die per acht gekocht kunnen worden. De kosten: een tientje. ‘Kortom: elk biertje doet dan iets meer dan €1, fantastisch toch!’, aldus verzekeraar Cees Heintz, die getuige zijn met rieten dak bedekte huis met getrimde tuin tot in de Bergse Plas toch ook niet krap bij kas zal zitten. De zoveelste boerenslimheid van horeca-maestro Bravenboer is er een waar zelfs mensen met meer dan zes groene nullen op hun giro geen weerstand tegen bieden.

‘Elke donderdag loopt hier veel plastic rond, vrijgezelle oudere vrouwen met te grote borsten die net niet in hun hemd passen. Dan zitten 'de biggetjes' voor het raam!’

Het mag geen verrassing heten dat de inmiddels 46-jarige Rotterdammer ook eigenaar is van het twee deuren verderop gelegen Café Lebbink. De kroeg met vooroorlogs ogende rode luifels deelt de keuken Van Eijk, waardoor de befaamde spareribs met frietjes middels een ouderwetse takellift tussen de panden verplaatst dient te worden. Maar daar houden de overeenkomsten tussen beide toko’s op: Lebbink bedient duidelijk een andere doelgroep met haar beruchte disco-avonden, waarbij vooral de donderdag eruit springt. Zoals iedere Hillegersberger weet is het dan ouderwets ‘wrakduiken’. ‘Er loopt dan veel plastic rond hier, vrijgezelle oudere vrouwen met te grote borsten die net niet in hun hemd passen. Dan zeggen we altijd: ‘de biggetjes’ zitten voor het raam!’, schatert Von Römer.

Dat de wijk snel op stelten staat bij bezoekjes van vreemde snuiters blijkt wel uit het verhaal over die keer dat troetelkakker Jort Kelder voor een van zijn tv-schnabbels met ronkende camera de terrassen onveilig maakte. 'Dan vroeg 'ie bij Mendoza aan een jongeman wat hij van het eten vond. La Kelder liet hem tot drie keer toe zeggen: 'Het is lekkerder dan een potje neuken!' Humor, het zou beschermd erfgoed moeten zijn in Rotterdam. De snedige oneliners en vette anekdotes volgen elkaar in zulk rap tempo op dat de schaterlachen bij een goede wind tot in Amsterdam te horen zijn. Mikpunt van spot zijn naturellement de regelnichten bij de overheid. Zo hadden zij een heuse vaarpolitie ingesteld die de Bergse Plassen met twee pijlsnelle speedboten veilig moesten zien te houden. Maar er is, één jaar later, nog steeds geen blauw te zien op de waterweg. ‘En dat gaat niet rap gebeuren ook, want er is geen geld om ze hun vaarbewijs te laten halen!’, luidt de overlevering.

Maar er is meer. In een wijk die pretendeert voor 'alles en iedereen' te zijn kwam de middenstand in opstand toen er in de dorpskern – voor het totaalaanbod' – een heuse Wibra werd geopend. De entrepreneurs vreesden voor 'de klasse' van Hillegersberg. 'Iedereen was bang dat er voortaan enkel 'hoofddoekjes' zouden komen naar de wijk. Uiteindelijk is de winkel verplaatst naar een locatie waar 'ie beter 'past', ergens richting Zuid', dixit Frans van Breemen vanaf het kenmerkende 'benzinepomp-terras' bij Eetcafé Facet. Naast eigenaar van deze tent was hij jarenlang de voorzitter van de plaatselijke ondernemersvereniging. Hij herinnert zich vooral veel sores. 'Die gemeente hier is ongelofelijk lastig. Zo maken ze er een enorm probleem van om enkele steigers te plaatsen in het water bij Mendoza; razend word je ervan!'

Hij blijkt gelijk te hebben: Paul Bol, uitbater van de wijnbar die in hetzelfde pand zit als het bekende Gauchos aan de Plas, roept vanaf de overkant van de straat dat er alweer 'anoniem' geklikt is bij de ambtenarij. Gelukkig staan de vele stamgasten, waaronder de zojuist op zijn Vespa gearriveerde Quote 500-alumnus Michel Perridon als een vermogend blok achter hun dorpsgenoot. Er zijn woorden van troost: 'Ach, in 2014 verdwijnt die hele deelgemeente, dus dan wordt het toch makkelijker!' Het is sowieso aandoenlijk om te zien hoe de dorpsgenoten het voor elkaar opnemen, vooral wanneer een van hen in liquide nood zit. Zo herinnert Van Breemen zich de dag dat hij met de pet rond moest om een gat in de begroting voor het jaarlijks terugkerende Jazzfestival Hillegersberg te dichten. 'Ik kwam iets meer dan 10k tekort, maar toen ik een keer langs de terrassen ging had ik in no time dat bedrag, plus een paar duizend extra. Dat is het mooie: als er eentje de portemonnee trekt, dan wil de ander niet onderdoen.'

Wie heeft de grootste?

Het moge duidelijk zijn: in Hillegersberg worden er dagelijks meerdere 'wie heeft de grootste' -spelletjes gespeeld. Het niveau is Champions League-waardig, want de wijk herbergt een van de rijkste straten van Nederland: de Straatweg alias Quote-goot. 'En ook hier is er afgunst hoor! Bovendien gaan roddels hier supersnel, vooral als het wat slechter met je gaat', aldus Perridon, die in ieder geval kan pronken met de snelste auto's van de buurt. Zijn twee Bugatti's - 'Mijn zoon haalde er 350 km/u op de Duitse Autobahn mee!' - krijgen in oktober zelfs gezelschap van een derde exemplaar. 'Dat wordt een zwart met oranje getinte World Record-edition. Daar zijn er maar acht van, en ik heb nummer 1!', zegt het Trust-baasje met trots. De wagen heeft een geschatte waarde van €2 miljoen, zonder belasting. Het grootste huis is volgens de tamtam vreemd genoeg van een non-Quote 500-lid: vastgoedbaasje Wilfried Looije heeft onlangs een gouden deal gesloten door voor €5,1 miljoen een Toscaans aandoende villa van 850 m2, inclusief zwembad, te schaken die recent nog €7 miljoen moest kosten.

De grootste transfer komt op naam van Selfmade-miljonair Pieter Schoen, die door het kopen van een door LSI-baas Luc Smits gebouwde supervilla sinds kort de nieuwste bewoner is van de Straatweg. Opvallendste kenmerk: de surrealistische ‘kunst’ in de tuin, bestaan uit meerdere stalen vierkanten waardoorheen een eigen speeltuintje inclusief wigwam op het water te zien zijn. Kosten: €5 miljoen. De oprichter van de Nederlandse Energie Maatschappij blijkt wel nog niet zo warm te lopen om met zijn buren op de borrel te gaan. 'Ik belde hem op met de vraag of 'ie gezellig mee kwam en hij zei letterlijk: 'Nee, want Quote is bezig met een kutstuk over mij!', aldus gangmaker Perridon die en passant toegeeft niet de grootste boot te hebben: 'Ik had er ooit een, maar direct verkocht. Is niks voor mij, geef mij maar auto's.' Toch is hij al jaren lid van Aegir, al maakt de oer-Hillegersberger - hij woonde er zijn hele leven, op één malle episode in België na - daar vooral op de kade furore. Bij Café Malle Babbe smoezelen enkele bierdrinkers over die keer dat de allesverkoper weer eens zijn voorliefde voor Andre Hazes tot grootse uiting bracht in het clubhuis. 'De buurt had al geklaagd over geluidsoverlast, en uiteindelijk moest de politie er aan te pas komen om de stekker eruit te trekken. En wat doet Perridon? Die gaat gewoon door met zingen met een microfoon in zijn hand!

Voorzitter Hans Heintz vond het allemaal wel best want Perridon zorgt, net als de rest van het ledenbestand, voor wat daadkracht: 'Ik heb twintig vlaggen voor het clubhuis staan die gesponsord kunnen worden voor €500 per stuk. Dat liep storm, ik had makkelijk €1000 kunnen vragen! En ook voor een renovatie willen de leden – en ja, alle mensen van 'jullie lijst' zijn dat – graag meehelpen. Overigens wil dat niet zeggen dat er geen haantjes in Hillegersberg zitten; er waren ook de nodige lui die zeiden dat ik maar een container op een paar planken naast de bestaande accommodatie moest plaatsen. Mooi niet dus!' De zeilclub is een van de favoriete ontmoetingsplekken van de vele bekendere entrepreneurs van de wijk, al is het minder exclusief dan de Jachthaven Hillegersberg, waar de ballotage en lidmaatschapsgeld van een iets hoger niveau is. Waar iemand bij Aegir voor €120 per jaar – plus eenmalig entreegeld van hetzelfde bedrag – en met een paar pilsjes er wel tussen komt, wordt bij de Jachthaven op de Straatweg iets strenger gedaan.

‘Buurtgenoot Herman den Blijker blijkt onzichtbaar: 'Hij laat af en toe zijn hond uit in de straat. Goed doorvoed beest, geen wonder dat het Truffel heet. ’

Carel Kok, voormalig CFO van energiereus Nuon, is de huidige sleutelbewaarder: 'De mensen die hier komen zijn ondernemers, en voordat ze lid worden wil ik toch altijd even een gesprekje met ze aangaan. Vervolgens worden ze voor €750 per jaar lid, exclusief kosten voor een bootligplaats. Daarvoor kunnen zij dus het hele jaar hier langs komen voor hun plezier, maar ook netwerkborrels en avondjes uit dineren.' Hij snijdt een heikel punt aan: tot 2007 was de catering een zaak van mede-eigenaar en beroemd buurtgenoot Herman den Blijker, maar dat liep uit op een dispuut. 'Hij wilde dit openstellen voor een breder publiek, maar dan gaat mijns inziens de exclusiviteit verloren; zodoende heeft hij zijn aandelen ingeleverd. Overigens zijn er nog steeds 'allerlei soorten' mensen die aanbellen en proberen op naam van een bekend lid binnen te komen. Maar dat lukt ze niet hoor!' Het zal chefkok Den Blijker letterlijk aan zijn reet roesten. Want ook al is de kale kettingrokende restaurateur een boegbeeld voor de wijk, hij blijkt ook onzichtbaar. 'Je ziet hem zelden, hij komt wellicht een keer – met Koninginnedag – naar het terras', aldus Mendoza-baasje Bol. 'Voor de rest laat hij af en toe zijn hond uit in de straat. Goed doorvoed beest, geen wonder dat het Truffel heet.'

Afslag Van Dijk

En dan is er nog één andere roemruchtige buurtbewoner die zich – tot verdriet van velen – zelden meer laat zien, zei het om meer moverende redenen: Mercedes-dealer John van Dijk. ‘De auto’s die hij verkocht die hadden zulke zachte stoelen, daar konden twee happy ending-masseuses letterlijk een puntje aan zuigen!’, herinnert men zich bij Van Eijk. Hoewel hij al jaren resideert in Monaco, heeft Van Dijk nog steeds een huis in de Quote-goot, al staat dat wel weer meer dan tien jaar te koop. Heintz: 'Hij vraagt er te veel voor met een miljoentje of drie. Het is vreemd, want hier staat niet vaak iets lang te koop. Maar goed, meestal worden dit soort zaken alsnog onderhands geregeld, want je hebt altijd wel een koper hier!' Het is de perfecte verklaring waarom elk huis in Hillegersberg wel iemand anders ‘oude’ of ‘ouderlijk’ huis is.

Vooralsnog wordt Van Dijk’s casa bewoond door zijn dochters, maar ook zij worden sinds het pijnlijke faillissement van de Mercedes-toko begin dit jaar niet meer gespot. Het lijdt tot verdeeldheid op de terrassen. ‘Je ging nooit bij de afslag Spaanse Polder eraf, maar bij de afslag Van Dijk', verzucht iemand melancholisch. Een ander, anoniem, geluid is er ook: Het is zijn eigen schuld. Hij weigerde de zaak te updaten naar hedendaagse standaarden, het was gewoon verpauperd! Bovendien zat 'ie er met zijn neus niet meer bovenop, zo vanaf het strand.' Het lijdt tot woede bij anderen, waaronder Perridon. 'John is een ware grootheid, een ras-ondernemer die een voorbeeld is voor anderen. Mensen zouden niet zoiets over hem mogen durven zeggen. Alleen maar respect voor deze ras-Hillegersberger.'

‘Vroeger had Hillegersberg nog een hoerenkast. Een pand dat bekend stond als 'Neukolien'. Er waren destijds meer mannen op straat te vinden met hondenriemen. Er was alleen geen huisdier te bekennen. ’

Rest de vraag: wat maakt iemand nou een échte Hillegersberger? Het DNA blijkt moeilijk te karakteriseren, het blijkt dat de inwoners zich vooral definiëren door te vertellen wat ze niet zijn. En dan is er één duidelijke groep waartegen men zich afzet: de Kralingers, van die andere Rotterdamse rijkenwijk. ‘Daar zitten ze op het geld en hier geven we het uit. Bovendien moeten zij de schijn ophouden: velen zitten in kasten van huizen maar hebben niet of nauwelijks een inkomen', aldus cateraar Bob Verhoeff. Er gaat zelfs een wild verhaal door het dorp dat Kralingers met de vuilniszak als sporttas naar de hockey gaan. Het is tegenwoordig een humoristische vete, maar vroeger was deze wel degelijk ook fysiek: 'Dan ging je stappen in Kralingen, en dan wist je dat het sowieso knokken werd. Mooie tijden waren dat', glimlacht vastgoedjongen Theodore Kwaaitaal. Niemand denkt er dan ook over na om een paar kilometer zuidwaarts te verhuizen. Immers, Hillegersberg heeft alles wat een mens nodig heeft. Of ja, er mist misschien nog één ding. 'Een hoerenkast, dat is een gat in de markt!', zegt Hans Heintz ontegenzeggelijk tegen het eind van de avond. Er volgt een laatste anekdote: 'We hadden er vroeger eentje op de Straatweg. Dat pand had de naam Nicolien op de gevel staan, maar stond in de buurt beter bekend als 'Neukolien'. Er waren destijds veel meer mannen op straat te vinden met hondenriemen als nu. Er was alleen geen huisdier te bekennen.'


Hillegers-Wat?

Hillegersberg is sinds 1941 onderdeel van de gemeente Rotterdam, maar was in een ver verleden een zelfstandig – jawel – dorp met de naam Hildegaardsberg, genoemd naar Hildegard van Vlaanderen, de eega van een Middeleeuwse graaf. Dat heeft weer niets te maken met de reus Hillegonda, die met haar lekke kleed vol zand nog altijd op het wapen van de deelgemeente is terug te vinden. Maar dat Hillegersberg een zekere aantrekkingskracht uitoefent op machtige mensen blijkt wel uit het verhaal van Prins Hendrik van Oranje, de schuins marcherende echtgenoot van Koningin Wilehelmina. Deze – het zal eens niet – Duitser nam graag scharrels mee naar Hillegersberg, iets wat dusdanig veel bastaardkinderen opgeleverd zou hebben dat onder meer de uitbaters van wasserette Oranje (het ‘Van’ was er – hoe onopvallend - afgeknipt) een sprankje koninklijk bloed in zich hebben. De Prinsenmolen midden op de Bergse Plas herinnert nog steeds aan de tijd van Hendrik.

De Quote-goot

In Hillegersberg wonen – ‘al zullen ze het niet snel toegeven!’ – dusdanig veel Quote-lezers dat men de ‘levensader’ van de wijk, die de Noord- en Zuid-kant van de deelgemeente met elkaar verbindt, liefkozend de Quote-goot noemt. De Straatweg is het thuis van Quote 500-leden - zoals Michel Perridon (€260 miljoen) en, met meerdere toko’s op een rij, Luc Smits (€xx miljoen) – en andersoortig bekende Rotterdammers als chefkok Herman den Blijker en horeca-reus Robin Bravenboer. Ook vinden we er het kenmerkende huis van Harry van Elten, die de nationale media zelfs inschakelde om zijn met karakteristiek met musea-stukken gevulde torentje te verkopen. Is niet gelukt, de hut die ook diende als minnaressenverblijf van een oude eigenaar, is tegenwoordig te huur voor pak ‘m beet €7500 per maand.